Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen

dinsdag 3 februari 2009

Spectaculair zwangerschapsmiddel

Richard Former prees zich gelukkig. Zijn nieuwe baan bij de Anchorage Times was het neusje van de zalm. Als redacteur Wetenschapsnieuws kreeg hij bijzondere projecten. Twee weken was hij nu aan de slag. Eergisteren een artikel over de zeehondenjacht. Met een boot van de kustwacht was hij meegevaren, hij had zelf alle interviews gedaan. De ontbrekende details fantaseerde hij er gewoon bij. Tegenwoordig was dat zo gepiept, een beetje 'googelen' en hupsakee... Gisteren weer zo'n idiote opdracht. Met een vliegtuig dat kort van de radar verdween, was iets vreemds aan de hand. Bij de landing in Anchorage stapten mannen met baarden uit, vergezeld van zwangere vrouwen. 'Richard, ik wil de primeur, begrijp je. Misschien is de CIA er wel bij betrokken. Zoek het helemaal uit.' Dat zei Victor, zijn chef. Dankzij zijn perfecte contacten, wist hij door te dringen tot dicht bij de aankomstslurf op Achchorage Airport. Navraag bij de de luchtverkeersleiding leverde niets op.

Op zijn vragen volgt overal een ontkennend hoofdschudden. Totdat hij tussen de passagiers Philip McAndrew ontdekt. Van Philip weet hij dat hij betrokken is bij de geheime missies. Hij heeft ook inzage in allerlei belangrijke persoonsgegevens. Dit moet bijzonder zijn. Een veiligheidsagent van de luchthaven verspert hem resoluut de weg. Onverrichter zaken keert hij terug naar zijn werkkamer. Er was altijd nog Google. Na enig zoeken ontdekt hij dat in Anchorage met zijn 280.000 inwoners altijd bijzondere dingen gebeurden. Na nog een telefoontje kan hij een vaag beeld krijgen. Er schijnt een farmaceutische industrie in Silicon Valley bij betrokken te zijn. Even later weet hij dat het om PPS inc. Pregnant Pharmaceutic Services gaat.

Dan gaat hij van start...
Voldaan loopt Richard de volgende morgen het redactielokaal in. Hij is nauwelijks binnen of Victor McEnvor, zijn chef, staat hem op te wachten. 'Richard, je bent ontslagen. Per direct.
'k Heb al tientallen boze telefoontjes gehad: van de dagbladdirectie en de farmaceutische industie. Hoe haal je het in je hoofd?. Waarop baseer je dat verhaal? '
Victor houdt de ochtendeditie theatraal omhoog. Een grote kop:
Geheime testvlucht brengt zwangere vrouwen naar Alaska' stond met enorme letters op de voorpagina. 'Kijk eens wat je geproduceerd hebt Richard, dit is belachelijk.' Richard pakt het dagblad aan en leest. Inderdaad: zijn verhaal van gisterenavond:

ANCHORAGE - Gisterenavond arriveerde vlucht AZ454 van de Azoren. Aan boord zestien zwangere vrouwen, waaronder vier stewardessen die zich als vrijwillig als proefpersoon hadden aangemeld. Een groep vrouwen kwam huppelend en hoogzwanger uit de slurf. Farmaceutisch concern 'Pregnant Pharmaceutic Services', die het geheime project heeft bekostigd, ontkent alle betrokkenheid. Vermoedelijk wil PPC Inc. met het nieuwe medicijn aantonen dat het mogelijk is alle onvruchtbaarheidsoorzaken weg te nemen. Het product, zowel bij mannen als vrouwen getest, geeft een zeer sterke hormonale bijwerking, vooral bij mannen. Als het spectaculaire zwangerschapsmiddel, dat zijn resultaat nu al bewezen heeft, definitief geproduceerd wordt, kan wereldwijd een hausse aan aanvragen ontstaan...
Victor rukt het dagblad uit zijn handen. 'Je bent ontslagen, Richard. Wat een idioot verhaal. Dit slaat nergens op...'


> Januari-opdracht van 'Het Fantasierijk'
'In de buurt van de Aleoeten verdwijnt vlucht AZ 454 van de radarschermen. De verkeersleiders staan op het punt om alarm te slaan als het toestel plotseling weer opduikt. Later zal onderzoek leren dat het slechts 58 seconden uit beeld is geweest. Toch blijken alle mannelijke bemanningsleden en passagiers bij aankomst in Anchorage lange baarden te hebben. Vier van de vijf stewardessen en twaalf van de vrouwelijke passagiers aan boord zijn zwanger. De zwarte doos registreert alleen de laatste dertig minuten van een vlucht en kan ons dus niets wijzer maken. Datzelfde geldt helaas voor de bemanning en de passagiers. Zij kunnen zich niets bijzonders herinneren.'
Schrijf een verhaal van maximaal 500 woorden (Dat was de limiet)


© Matthijs, 3 februari 2009
Uiteraard: fictie.
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.

donderdag 6 maart 2008

Noot meer Valentijn (deel 4 SLOT)

Klik hier voor deel 3

'Marian', zei Richard zachtjes, 'ik kan je wel begrijpen, maar je hoeft niet eenzaam te zijn, er zijn mensen die je warmte en liefde willen geven. Die Casper is het niet waard, weet je. Diverse van mijn vrienden kennen hem wel. Laat hem toch los en denk er niet meer aan. Je hoeft jouw leven niet voor hem weg te gooien. Casper Casanova noemden sommigen hem wel eens gekscherend. Hij is daar in ‘Timeless’ met allerlei meiden gesignaleerd. Ja, ik kan me nog goed herinneren dat hij daar ook vaak met jou was. Twee weken terug was hij daar opeens weer met een lichtblond meisje. Hij slaat ze voortdurend aan de haak en dumpt ze dan weer. Maar waarom heb je dat met je laten gebeuren? Je bent toch geen wegwerpvoorwerp? Had je het niet in de gaten, dat hij je bedroog? Marian, hoor je me, het is een charlatan, een jongen die zich niet wil binden. Hij is jouw liefde niet waard Marian. Marian, hoor je me? Marian was in gedachten verzonken en leek opeens weer tot het heden terug te keren. Hè, wat zei je?…Ze veegde snel langs haar ogen en keek met en betraand gezicht naar Richard. 'Dus hij heeft nog meer meisjes bedrogen?' Ze keek vragend naar Richard. Hij knikte alleen. Marian moest even slikken en ze dacht er opeens aan dat ze er op dit moment nog steeds verschrikkelijk uit moest zien. Haar mascara was vast vreselijk uitgelopen. 'Ik, ik moet even naar het toilet, Richard', zei ze. Ze pakte haar tasje en ze stond op. Richard begreep het. Net toen ze opstond, pakte hij haar hand nog even vast en vroeg: 'Gaat het wel, Marian?' Ze knikte en zei: 'ik ben zo terug…'

Tien minuten later kwam Marian weer terug. Ze had zich in het damestoilet opgefrist, haar gezicht gewassen, vervolgens haar wimpers bijgewerkt en was weer een beetje tot zichzelf gekomen. Ze ging weer op haar stoel zitten achter het tafeltje. Het restje choco in haar kopje was inmiddels afgekoeld. Richard schoof haar kop opzij en zei kordaat: 'Zullen we maar even verse bestellen? Of wou je wat anders?' Nee, schudde Marian met haar hoofd en zei: 'Hetzelfde is prima'. Marian keek op en staarde Richard bedachtzaam aan. 'Ik wil je nog wat vertellen over Valentijn, Marian, zei Richard opeens. 'Die Valentijnsdag is alleen maar bedacht door de middenstand. Het is een mogelijkheid om extra geld te verdienen. Ze grijpen daarvoor elke gelegenheid aan. Voor jou hoeft het helemaal nooit alleen vandaag maar Valentijn te zijn, Marian. Als je echt van iemand houdt, is het elke dag Valentijn. Echte vriendschap duurt niet slechts één dag, maar veel langer. Kijk er eens met andere ogen naar. Het begint bijvoorbeeld al in december, Sint Nicolaas, dan meteen daarna de Kerstinkopen. Schitterend opgetuigde etalages, overal lichtjes. Je wordt met prachtige folders en reclames naar de winkels gelokt. Januari is het uitverkoop, 14 februari Valentijn. Op 15 maart vriendinnendag. In de maand april is het Pasen, de tweede Paasdag wordt uitgebreid benut door de meubelboulevards en de tuincentra om weer een extra klanten te trekken. Dan komt op 11 mei Moederdag eraan en 15 juni Vaderdag. Al die keren probeert de middenstand de consument ervan te overtuigen dat ze iets moeten kopen. Dat brengt extra geld in het laatje. Jonge, verliefde, mensen zijn met Valentijn extra gevoelig, dus die Valentijn wordt er gewoon ingehamerd. Marian schudde ongelovig met haar hoofd en zei aarzelend: ‘Maar is Valentijn dan niet speciaal?’ Richard grinnikte een beetje en antwoordde: ‘Het is maar net hoeveel waarde je eraan wilt hechten. Natuurlijk is het altijd leuk om een kaart of klein cadeautje te krijgen. Dat kan ook op een heel ander, speciaal moment, al is het 29 oktober of 2 augustus voor mijn part. Je kent het verhaal van Valentijn toch wel? Het ging over een priester, Valentino, die volgens de legende een weldaad aan de dochter van de beul deed. Die beul had een blinde dochter en hij vroeg aan de priester of hij iets voor zijn geliefde dochter kon doen. Valentino gaf hem een briefje. Op datzefde moment kon die dochter weer zien... Of het echt gebeurd is, niemand zal het ooit weten. Anders vertel ik het je de hele legende nog wel een keer.

Marian, ik wil je vragen of je aanstaande zaterdag met mij uit wilt gaan. Nee, niet naar Timeless, dat lijkt me teveel herinneringen voor je oproepen. Maar er is een leuk Italiaans restaurantje aan de andere kant van de stad, 'Napolitana', het is pas vorige week geopend. Ze hebben er allerlei wisselende gerechten en er is vast wel iets bij dat je lekker vindt. Een pizza of bijzondere pasta lust je toch wel? Marian leek zich opeens heel bewust van zijn aanwezigheid. Ze keek nog eens naar zijn blonde haren en die guitige kop. Ja, dit is ook best een leuke vent, dacht ze. Waarom had ze hem nooit opgemerkt? Had hij echt naar haar gekeken in Timeless? Intrigerend. Voor zichzelf besloot ze Richard een kans te geven en vanaf dat moment Casper te vergeten. Ze keek Richard aan en zei: 'O, dat lijkt me wel een leuk idee , ja okay. Richard schoof zijn stoel wat dichter bij het tafeltje, leunde naar voren en legde zijn handen tegen haar wangen. Ze verzette zich er niet tegen. Heel voorzichtig kwam hij met zijn hoofd bij haar gezicht, trok haar hoofd wat dichterbij, duwde zijn lippen tegen de hare en vroeg: 'Mag ik?'... Hij wachtte niet op haar antwoord en gaf haar zachtjes een kus. 'Marian, ik ken je nog niet zo goed, maar je bent volgens mij een heel lief meisje.' Marian's donkerblauwe ogen waren nu vlak voor de zijne. Het maakte niet uit dat ze gehuild had. Hij kon het nog wel zien, maar nam zich voor haar weer te laten lachen. Hij keek haar indringend aan en zei: Marian, ik geloof dat je nooit meer Valentijn hoeft te vieren. Als je wilt, maken we er elke dag Valentijn van. Wil je dat proberen? Wil je de liefde weer een kans geven? Echt dat moet je doen, kijk naar de toekomst. Trouwens, ik heb je toen in ‘Timeless’ al verschillende keren gadegeslagen en ben stilletjes en beetje verliefd op je geworden. Vind je dat gek, als ik dat zo zeg? Vanmorgen zag ik je opeens na zo lange tijd weer staan en ik kon niet anders, dan je daar weghalen. Ik heb ook een aantal cd's die je vast wel mooi vindt. Die mag je wel van me lenen. Dat zal je vast een beetje opvrolijken.'

Marian stak haar handen uit en Richard greep de hare. 'Richard, dank je wel, dat je mij daar bij die vijver hebt weggehaald. Ja, ik wil je een kans geven. Het is goed zo.'Even later rekenden Richard de twee choco en twee koffie af…

Jacob stond achter de bar. Hij stopte het geld van de nota behoedzaam in de lade onder de toonbank, gooide de euro fooi in het potje links achter de tap. Hij zag met een snelle beweging van zijn ogen dat de jongen en het meisje, die zojuist bij het tafeltje vooraan hadden gezeten, hun jas weer hadden aangedaan. Vlak voordat de deur achter hen dichtviel, kon hij nog juist zien dat de jongen zijn arm om de schouder van het meisje legde. Ze keek naar het stel en glimlachte haast onzichtbaar. Peinzend bleef Jacob met het glas dat hij net aan het afspoelen was, staan. O ja, dacht hij bij zichzelf. Het is vandaag Valentijnsdag. Dan zijn die verliefde stelletjes extra zorgzaam voor elkaar, dat is toch zo? Of niet? Of was het geen verliefd stel? Hij haalde zijn schouders op. Het leken hem wel een aardige mensen. Je kon duidelijk zien dat het meisje iets belangrijks aan die jongen had verteld. Ze leek blijer dan toen ze binnenkwam. De jongen was in ieder geval zorgzaam voor dat meisje, dat kon hij zo zien. Ach misschien kwamen ze nog wel een keer terug ….



[EINDE]



Vond je het spannend? Hiermee is deze novelle (korte roman) eigenlijk afgelopen.
Binnenkort ga ik weer andere blogs schrijven, 14 februari ligt al zover achter ons...
Hiermee is ook de prangende vraag van veel lezers beantwoord: 'Wat wilde Richard nu eigenlijk aan Marian vragen? Tja: of ze zaterdagvaond met hem uit eten wilde gaan...
Daaromheen liggen 4 hoofdstukken vol fantasie: Wanhoop, emotie, verlangen, passie, tussen droom en werkelijkheid. Ik hoop dat je het de moeite waard vond. Wil je toch dat het verhaal een vervolg krijgt? Laat het dan in je reactie weten, misschien moet ik er dan nog eens over nadenken….



©Matthijs, 6 maart 2008
Fictie.
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.
Meer blogs lezen? Word lid van mijn bloghyve op hyves:
http://blogsvanmatthijs.hyves.nl/

zaterdag 1 maart 2008

Nooit meer Valentijn (deel 3)

Richard staat pal voor haar en zegt: 'Fijn dat je meegegaan bent, Marian'. Ik hoopte het al. 'Ik wil je wat vragen, meisje, dit is heel belangrijk. Heb je al eens opgemerkt, toen je in Timeless kwam, dat ik heel vaak naar je heb zitten kijken? Marian kijkt Richard vragend aan. 'Nee, hoezo', antwoordt ze. Nou, zegt Richard een beetje schuchter, ik kwam heel vaak bij jullie tafeltje, maar toen ik zag dat je bijna ieder weekend met die Casper samen was, durfde ik jullie eigenlijk niet te storen. Die Casper is…' Richard onderbrak plotseling de zin die hij net wilde uitspreken en zei er vlug achteraan: 'Ik zag je daar opeens bij de vijver staan, bij de Buitensingel en je leek helemaal verstard. Eerst herkende ik je niet, maar toen ik dichterbij fietste, wist ik het weer. Het leek wel of je in een andere wereld zat, want je zag me helemaal niet aankomen. Tof dat je met mij meegegaan bent. Laten we eerst maar even naar binnengaan hier, dan praten we daar wel even verder. Dan zal ik het je uitleggen. Richard liep voor haar uit en Marian liep wat onbeholpen achter hem aan. Opeens voelde ze dat ze toch echt nog wel fris was. Toch kon ze het neerslachtige gevoel niet helemaal van zich afzetten. Ze keek nog even naar haar tasje, pakte ‘m onder haar arm en veegde snel met haar rechterhand langs haar ooghoeken.
De zware groene deur van ‘de oude Posthoorn’ gaf toegang tot een smal portaal en vandaar uit kwam je het café binnen. Het was een gezellig etablissement waar het meestal in de weekenden druk was. Jacob, de vaste kracht achter de bar, had dan alle moeite om de glazen bier en ander vocht tijdig voor zijn klanten neer te zetten. Als het druk was, volgden de bestellingen elkaar in razend tempo op. In het weekend had hij gelukkig altijd hulp van Janine, de dochter van de baas. Jacob en Janine moesten dan alle zeilen bijzetten om ook de bezoekers aan de kleine tafeltjes correct te bedienen. De vaste gasten hadden hun eigen plekje aan de korte kant van het buffet. Mannen, die net het weekend hadden ingeluid, vermaakten zich meestal met een partijtje biljart in het achtergedeelte. Zijn trouwe gasten rekenden er steevast op dat de lege glazen van tijd tot tijd weer werden aangevuld. De tafeltjes bij het raam waren meestal bezet op vrijdag en zaterdagavond. Het was nu nog geen weekend, maar ook vanmorgen had Jacob de cd-speler aangezet met gezellige achtergrondmuziek. Dat stemde de gasten altijd in een goed humeur. Ongetwijfeld moeten er in de loop der jaren al vele gasten in- en uitgegaan zijn. De donkere eikenhouten vloer en de zware balken aan het plafond gaven je het idee dat je in de 19e eeuw binnenwandelde. Ooit was het gesitueerd als herberg voor de voorbijtrekkende handelsreizigers en andere lieden. Toen de trekvaart er nog was, kwamen lieden van heinde en ver langs het strategisch gelegen drinkgelag. Zo moet het tijdenlang geweest zijn: een soort rustpunt op de route. Eind negentiger jaren van de vorige eeuw was het hele pand flink gerenoveerd en was het in de luister van weleer hersteld. De stevige houten luiken aan de buitenkant waren weer donkergroen met crème geschilderd, zoals het ooit eens geweest moest zijn. In de zomermaanden stonden vrolijke groenwitte parasols op het terras. Gesponsord door een grote bierfabrikant. Nu was het authentieke pandje weer een lust voor het oog. Het belangrijkste was echter de omzet. Daar moest zijn baas, eigenaar Gert van Overveen, het van hebben. Jacob was nu al dertien jaar in dienst bij Gert en hij had er een fijne werkgever aan. Zeker na zijn plotselinge val van een trap en de opgelopen schouderblessure, was hij blij dat hij niet meer als metselaar op de steiger hoefde te staan en nu een baantje bij ‘De Oude Posthoorn’ had gevonden. Het was wel iets heel anders dan in de bouw, maar hier in het café kwamen steevast diverse bouwvakkers. Zo bleef hij op de hoogte van de projecten die in de omgeving gerealiseerd werden. Gert was naast zijn werkgever tevens ook zijn hengelsportmaatje en vriend. Samen zaten ze in het weekend wel eens vroeg langs de waterkant van de Buitensingel om op voorn en karper te vissen. 'De Oude Posthoorn' was een vertrouwde werkplek voor hem geworden. Hij mocht dat wel, zo met alle gasten een praatje maken en op een prettige manier de mensen bedienen.
Hij keek op toen een jongen opeens de zaak binnenstapte, met een meisje in zijn kielzog. Hij had hen al door het kleine ruitje aan de voorkant een fiets neer zien zetten. Tja, dat was niet de bedoeling, die kon ook best in het fietsenrek aan de zijkant. Nou ja, dacht hij, vooruit, je kon beter maar niet te fel van leer trekken, want voor je het weet heb je vandaag de dag een vlijmscherp mes in je rug. Of erger. Je wist tegenwoordig bijna niet meer of iemand door een terloopse opmerking aggressief kon worden. Vanmorgen verwachtte hij geen problemen. Het was per slot van rekening donderdagmorgen 14 februari en voor zover hij het kon inschatten was dit wel een betrouwbaar stel. De deur draaide langzaam open… Vlak voor het raam aan de voorkant hadden Richard en Marian een tafeltje gevonden. Niet veel later kwam er een ober naar hun tafeltje toe. Hij had een klein dienblaadje vast en griste van een ander tafeltje nog snel een suikerpotje mee. Het was Gert, die min of meer als uitbater functioneerde. Een warme choco voor de dame en een koffie voor meneer. Zal ik het hier maar neerzetten? Richard keek de man dankbaar aan en schoof het kopje met choco naar Marian toe. 'Nou ben ik benieuwd waarom je daar vanmorgen vroeg bij de rand van de vijver stond, Marian', zei Richard, toen ze dankbaar de eerste slok van haar choco had genomen. Ze haalde haar schouders op en zei heel timide: 'Och, ik wist het allemaal niet meer. Het had geen zin meer, weet je. Ik had een afscheidsbrief geschreven voor mijn moeder, waarin ik het allemaal uitgelegd heb. Tenminste, om duidelijk te maken dat er voor mij geen toekomst meer is. Die brief wilde ik daar aan de waterkant achterlaten. Ik kan beter dood, want ik voel me eenzaam. Er is geen plaats meer voor warmte en liefde. Die Casper heeft me een tijdje terug laten zitten, terwijl hij nog zo beloofd had dat hij voor altijd bij me zou blijven. Hij was alles voor me. Het kettinkje met het hartje dat hij me gegeven had, heeft nu geen enkele waarde meer. Het was eigenlijk voor mij het symbool van zijn hart, dat ie aan mij gegeven heeft. Dat wilde ik eerst weggooien, heel ver weg, zodat het naar de bodem van de vijver ging en nooit meer boven zou komen. En dan… en dan.' Marian begon weer zacht te snikken. Gesmoord fluisterde ze: 'en het is nu Valentijn, een speciale dag voor de liefde en… en…' Richard zag dat ze een beetje in elkaar dook. Marian’s schouders gingen, nauwelijks zichtbaar, op en neer. Ze haalde haar zakdoek weer uit haar jaszak en verstopte haar ogen. Richard schoof zijn kop koffie naar de linkerkant van het tafeltje en pakte met zijn handen de beide polsen van Marian beet. Hij begreep het allemaal wel. Deze Valentijnsdag, daar had ze natuurlijk maanden naar uitgekeken. Maar haar relatie was inmiddels verbroken. 'Marian', zei Richard zachtjes, 'ik kan je wel begrijpen, maar…'


[wordt vervolgd, deel 4 SLOT]
Het was teveel tekst voor één blog. Het laatste deel 4 volgt over enkele dagen…






©Matthijs, 1 maart 2008
Fictie
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.
Meer blogs lezen? Word lid van mijn bloghyves op hyves:
http://blogsvanmatthijs.hyves.nl/

vrijdag 22 februari 2008

Nooit meer Valentijn (deel 2)

'Marian?' Ze zag alleen maar een waas voor zich. Iemand roept haar. Heeft ze het goed gehoord? Heel langzaam draait ze zich om. Hoort ze haar naam? Snel veegt ze met haar zakdoek langs haar ooghoek. Ze laat het pakje, dat ze net tevoorschijn wilde halen, weer terugglijden in haar tasje. 'Marian, ben jij dat, wat doe je hier?' Er staat een jongen achter haar. Zijn gestalte tekent zich af tegen de blauwgrijze lucht. Hij zit op een oude zwarte herenfiets en staat net stil. Zijn linkerschoen steunt op het gras. Het voorwiel van z’n fiets staat dwars. Het ziet eruit als een standbeeld waarvan de contouren opeens scherper lijken te worden.
Ze keek de jongen aan en het leek haar dat hij ergens bekend van voorkwam. Ze kon het niet exact bepalen. Hij had een bomberjack aan en zijn donkere gebreide muts ietwat schuin op z’n hoofd staan. Verbaasd keek hij in haar richting. De bruine twinkelende ogen vielen haar op. Een donkere haarlok kwam onder de zijkant van z’n muts vandaan. Een paar meter is hij maar van haar verwijderd. Ze wil eigenlijk niet kijken. Ze ziet er niet uit, dat weet ze intuïtief en ze wil zich snel weer omdraaien. 'Jij bent toch Marian? Jij bent toch dat meisje dat vrijdagsavonds in ‘Timeless’ kwam?. ‘k Heb je al een hele tijd daar niet meer gezien.' Marian beweegt haar hoofd een beetje opzij en knikt haast bewegingloos. Ze heeft moeite om zich te concentreren. Waar kwam die jongen ineens vandaan? ‘Timeless’ zei hij? Ja, de discotheek waar ze met Casper heenging. Ze veegt met haar hand gedachteloos een paar slierten ragfijne haren voor haar ogen weg en verdringt een nog net opwellende traan. Timeless ja, opeens ziet ze in gedachten de felgekleurde lichtbundels vanuit de spots boven de dansvloer weer heen en weer flitsen... ‘Ik kwam hier langs, vanuit de binnenstad, zag jou daar opeens staan en vroeg me af wat je daar deed,' vervolgde de jongen. 'Het lijkt me zo eenzaam, daar aan de waterkant. ‘t is nog maar half tien in de ochtend, weet je dat?. Waarom sta je hier? Ben je iets verloren? Zoek je iets? Je ziet er zo triest uit.'


Ze probeert te traceren waar ze hem ook alweer van kent. 'Wie ben je?' vraagt ze, zichtbaar nerveus. 'Ha, dat weet je toch wel, Richard. Ken je me nog? Je kijkt zo onthutst,' zegt hij. 'Ik werk ieder weekend in de bediening bij Timeless en ik studeer Bedrijfskunde. Je bestelde meestal een breezer. Jij kwam daar altijd met die jongen, die Casper. Ik heb je daar heel vaak gezien.'


Casper. Alsof een hamerslag op haar neerkomt, krimpt ze weer ineen. Alsof een loodzwaar betonblok haar treft. Bij het horen van de naam Casper knijpt ze haar ogen samen. Het is voorbij, ze wil er niet meer aan denken. Ze voelt met haar rechterhand aan haar tasje en het lijkt of een koude windvlaag vanuit het niets om haar heen grijpt. 'Je bent toch niet wanhopig?' hoort ze Richard opeens zeggen. Ze probeert zich los te rukken uit haar gedachten. De drie donkerbruine eenden, die even verderop geruisloos vanuit het water op de oever krabbelen, ziet ze niet. Ze merkt er niets van dat de zonnestralen als dunne slierten door het wolkendek heen proberen te prikken. Opeens staat Richard vlak voor haar. Hij heeft z’n fiets in het gras neergelegd en ze voelt dat hij haar elleboog beetpakt. Je gaat toch geen gekke dingen doen, Marian?, hoort ze hem zeggen. Haar adem stokt in haar keel. Ze kan niets zeggen en haar ogen glijden over het grijze vlakke wateroppervlak... Opeens ziet ze zichzelf weer achter haar bureautje zitten en die woorden op het papier schrijven… niemand zal meer van me houden… niemand zal mij missen … ik kan niet verder zonder… Met een schok is ze weer terug in de realiteit. Au. Het schudden aan haar schouders doet bijna zeer. Ze kijkt vlak voor zich, naar beneden en ziet dat ze met beide handen haar tasje vastgeklemd houdt tegen haar maag. ‘Kom, ga met me mee Marian, je bent helemaal verkleumd.' Vlak voor haar staat Richard, die haar met z’n donkerbruine ogen doordringend aankijkt. 'Nee, zegt ze, laat me maar, ik….' 'Kom, ga met me mee, het is maar driehonderd meter. Verderop is Café ‘De Oude Posthoorn’. Daar hebben ze vast wel koffie. Of thee. Daar zul je van opknappen. Je kan hier toch niet blijven staan blauwbekken. Een kop thee sla je toch niet af? Ben je op de fiets of lopend? Kom, spring bij mij achterop, dan krijg je wat warms van me.' Ze kijkt hem vertwijfeld aan. Diep van binnen voelt ze een tweestrijd, een dilemma waar ze geen raad mee weet. Haar gedachten zijn verward. Iets warms? Ja, dat wil ze eigenlijk wel, maar op haar schouders voelt ze nog een koude laag, als van een flinterdun ijzig vlies, dat om haar heen geslagen is. Ze ziet als in een trage film dat Richard zijn fiets oppakt, rechtop zet en omkeert. Richard pakt haar hand en trekt haar mee, twee, drie meter verder, het wandelpad op. Als in een reflex gaat ze voorzichtig bovenop de bagagedrager zitten, haar linkerhand strak om de chromen stang van het fietszadel. Het maakt haar eigenlijk ook niets uit. Intuïtief trekt ze haar beide benen omhoog. Samen rijden ze richting de Dorpsstraat. Ze ziet alleen zijn schoenen, die zich als een jojo vlak voor haar, boven het wegdek, heen en weer ziet bewegen.


'Marian,' hoort ze Richard zeggen, 'Wat is er met je vriend?. Heeft ie je de bons gegeven? Is het uit? Ik zal je zeggen Marian, je hoeft geen antwoord te geven, dat wist ik allang. Ik wist het toen ik je daar aan de rand van de vijver zag staan.' Marian hoort het nauwelijks… Ze ziet zich in gedachten weer op het strand en ze zit bovenaan het duin. Dicht naast haar zit.. Nee. Nee, roept ze keihard in zichzelf. Nee. Ze stopt de beelden weer terug, ver weg in een zwart gat achter in haar hoofd. Ze mogen geen ruimte krijgen… Vlak voor de ingang van ‘De Oude Posthoorn’ voelt ze vaart minderen. Richard stopt en Marian zet haar voeten op het trottoir. Richard zet zijn fiets meteen tegen een lantaarnpaal en kijkt haar aan. Met beide handen pakt hij haar bij de haar schouders. Ze stribbelt niet tegen. Ze tilt haar hoofd omhoog en ze ziet opeens de ernstige, vragende ogen, die haar indringend aankijken. Richard staat pal voor haar en zegt: 'Fijn dat je meegegaan bent, Marian. Ik hoopte het al. Ik wil je wat vragen, meisje, dit is heel belangrijk. Heb je…

[wordt vervolgd: deel 3] Nog even een weekje geduld...
Hoe het in deel 3 verder gaat?
Heb je... lang verkering gehad? NEE
Heb je... een paar euro voor me? NEE
Heb je... even voor mij? NEE
Heb je... er spijt van dat je meegegaan bent? NEE
Heb je... zin om samen te gaan dansen vanavond? NEE
Heb je... een Valentijngeschenk gekregen? NEE
Heb je... suggesties?

Lees verder in Deel 3
Nooit meer Valentijn


----------------------------------------
©Matthijs, 22 februari 2008
Fictie.
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.
Meer blogs lezen? Word lid van mijn bloghyve op hyves:
http://blogsvanmatthijs.hyves.nl/

dinsdag 12 februari 2008

Nooi meer Valentijn (*deel 1)

Er staan bloeiende krokussen tussen de graspollen, vlak voor haar voeten. Ze schuift met haar gympies onrustig en doelloos heen en weer. Alsof ze door een onzichtbare muur is heen gebroken, is ze hier gaan zitten. In gedachten verzonken is ze hier op dit parkbankje beland en staart in het niets. Het bleke voorjaarszonnetje ziet kans om hier en daar achter de bewegende wolken vandaan te komen. De lente komt eraan en het knarst haast in alle voegen. De ontluikende knoppen aan de uiteinden van de boomtakken willen bijna openspringen. Hier en daar is het jonge groen als een zweem zichtbaar. Een half uurtje geleden is ze hier gaan zitten, maar de wandelaars in het park merkt ze niet op. Ook het geluid van de tsjilpende vogels, die voor haar heen en weer trippelen over de grond, signaleert ze nauwelijks. De mussen en koolmeesjes proberen met hun snavel tussen de grassprieten te pikken om een wormpje te verschalken. Het is nog maar een paar graden boven nul, maar de natuur komt tot leven. Vanmorgen had ze een kop rooibosthee genomen met een paar crackers. Ja, die kop lauwwarme thee was de enige warmte die ze nog voelde. Ze had haar bruine tweedjas van de kapstok gehaald en het pakje, een kleine enveloppe, in haar tasje gedaan. Ja, ze had er lang over nagedacht. Toen was ze van huis vertrokken en de deur viel achter haar in het slot. Ze had nog èèn keer vlug achterom gekeken. Langzaam was ze het smalle wandelpaadje langs de Buitensingel opgelopen. Schijnbaar doelloos, naar een grote onbestemde leegte. De prachtig aangelegde perken met de ontluikende rhododendrons en de smalle coniferen had ze niet gezien. Nu zat ze hier even, schijnbaar rustig, op een versleten bankje aan de rand van de vijver. Het uitgestrekte water had een vlak rimpelloos oppervlak. Daar was het kalm. Maar van binnen voelde ze èèn grote draaikolk, een onstuimige massa die maar niet tot bedaren wil komen. Haar ogen zijn betraand en alles om haar heen lijkt een vage groene waas. Ze houdt haar hoofd schuin naar beneden. Ze weet intuïtief dat haar mascara is uitgelopen. Niemand hoeft haar bleke, betraande gezicht te zien. Al wekenlang kwamen de schreeuwende reclames met de felrode letters haar wereld binnen. Ze kon geen krant of tijdschrift openslaan of daar waren ze weer: de indringende woorden, mooie wervende teksten rondom maar één woord: Valentijn. Op de televisie, tussen de programma's door, kwamen de wervingsteksten van de reclames steeds weer op haar af. Ze had de tv uitgezet. Ze kon er niet meer tegen. Voor haar was er geen Valentijn. Nu niet en misschien nooit meer. Vriendschap, liefde en geluk, daar draaide het om. Het was niet waar, het was onmogelijk. Marian voelde maar één ding: een groot zwaar ijsblok bovenop haar schouders, dat langzaam maar zeker helemaal bezit van haar zou nemen. Het gewicht daarvan drukte haar naar beneden en de koude temperatuur drong steeds verder bij haar naar binnen. De eerste stralen van de voorjaarszon konden het klamme koude gevoel niet van haar wegnemen. Ze dook wat verder in haar donkerbruine jas en trok haar zwarte sjaal nog wat steviger aan.

Het enige dat ze zag was een film, een lange trage film, die beeldje voor beeldje indringend haar netvlies opeiste. De beelden kwamen één voor éen voorbij en bleven een paar seconden staan. Ze dacht terug aan vorig jaar, Valentijnsdag. Ze weet nog goed hoe ze vol spanning die grote enveloppe openmaakte, voorzichtig op de rand van haar bed ging zitten en de kaart eruit schoof. Wat was ze blij geweest. Ze herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Met trillende handen en vlinders in haar buik had ze de paarse kaart eruit geschoven. Hij kon maar van èèn iemand komen en een warme stroom gelukkige gevoelens kwamen toen als vanzelf onderuit haar buik omhoog.. 'Allerliefste Marian, ik hou van jou 4ever. Je Casper.' Het zilveren kettinkje met het kleine hartje was toen uit de dubbelgevouwen kaart op de grond gevallen. Ze had het opgeraapt en ze hing het sierraad toen meteen om haar nek. Ze straalde helemaal en was verguld met het kostbare kleinood. Overhaast was ze de trap naar beneden afgehold en ze had gezegd: 'Kijk eens mam, van Casper. Ja, forever. Dat 'forever' bleek korter dan ze dacht. Het begon het jaar daarvoor, tijdens de vakantie in Blanes. Samen met Lydia, haar hartsvriendin, was ze tien dagen met zo'n touringcarbus meegeweest, naar de zon, naar de warmte, naar het plezier. Daar was haar toekomst begonnen. Op de tweede dag in de middag was ze hem tegengekomen. Hij stond plotseling voor haar, onder de parasol op het strand. Zijn stoere bruine lijf en zijn ontwapende blik hadden haar als een magneet naar hem toegetrokken. Hij was bij Lydia en haar komen zitten en ze waren samen gaan zwemmen in het prachtige blauwe water. Ja, het was toen ontzettend gezellig op het terrasje 's avonds en ze had heerlijk met hem gedanst. Hij bleek geen branieschopper en had echte belangstelling voor haar. Ja, ze was verliefd op hem geworden. Het waren heerlijke dagen en een week na de vakantie, terug in Nederland, was hij haar thuis komen opzoeken. Mams vond hem ook een aardige, voorkomende jongen. Zijn innemende persoonlijkheid en warme uitstraling ontlokten sympathie. Hij leek minder bruin dan aan de Spaanse Costa, maar zijn stralende lach was er nog steeds. Toen leerde ze hem nog beter kennen. Het was een doldwaze en bruisende periode, ook in die lange nazomer. Weekend aan weekend brachten ze samen door. Samen stappen, samen dansen in de discotheek, samen winkelen, uit eten en op terrasjes zitten. Haar vriendinnen vonden hem ook een echte bink. Ze weet nog goed dat hij haar meenam, achterop de motor, naar dat stille plekje, waar ze elkaar gezoend hadden en schaterlachend door het gras en het zand rolden, helemaal tot aan de voet van het duin. Urenlang hadden ze daar zwijgzaam gezeten, tot aan de zonsondergang. Ze hadden intens genoten van alle momenten. Ze was gelukkig, met zijn arm om haar schouders. Zijn wang tegen haar wang. Het leek een eeuwigheid. Rond Kerst waren ze op wintersport geweest en ze voelde nog zijn stevige handen, toen hij haar uit de sneeuw omhoog trok, nadat ze onderuit gegaan was op de skies. Het beeld bleef even staan. De herinnering stond nog onveranderd in haar geheugen. Ja, wat was hij sterk en liefdevol. Tot die zaterdag in maart. Ze zag hem toen opeens in de binnenstad lopen met die ander. Die zwarte, donkere meid, die snol. Hij had zijn arm om haar heengeslagen. Zijn arm, die zo liefdevol om haar schouders had gelegen. Dat kon niet waar zijn, ze had het zich ingebeeld. De vrijdag daarna had hij verlegen gelachen en gezegd: 'Nee, schatje, dat heb je helemaal mis. Dat was een kennisje, die ik toevallig tegenkwam, ik houd van jou, dat weet je toch. Het was een leugen geweest, èèn grote leugen, een nachtmerrie. Ze had het eerst niet geloofd. Dat kon niet waar zijn, hij hield van haar, Marian, voor altijd. Ja dat moest. Dat had hij beloofd. Eerst had ze hem nog het voordeel van de twijfel gegeven. Totdat hij zich steeds merkwaardiger begon te gedragen. Zijn spontane lach was verdwenen en dat weekend daarna was ze alleen gebleven, vol met vragen. Tot het moment van de keiharde definitieve breuk, die woensdag daarna. 'Ik houd van een ander, van Brigit'. Die woorden wilde ze niet horen, dat wilde ze niet geloven. Het was of de grond onder haar voeten was weggezakt. Ze was resoluut van hem weggerend. Ze had zich opgesloten in haar kamer en ze had gehuild, met haar vuisten op haar hoofdkussen geslagen. Er was iets stuk. Waarom? Waarom? Ja, waarom? had ze eindeloos geroepen, maar geen antwoord gekregen. Hij had het haar toch beloofd? Forever. Maar nu was het voorbij. Nee, nee...

Marian voelde in haar rechterjaszak en ze trok het lichtblauwe zakdoekje met het bloem-motief met haar wijs- en middelvinger naar boven. Ze veegde een traan weg uit haar rechterooghoek. Valentijn. Nee, voor haar was het geen Valentijn. Ze had haar liefde weggegeven en nu was het meegegaan, weggewaaid naar een grote leegte. Ruim tien maanden waren nu voorbij gegaan. Niemand die nog van haar zou houden. Ze pakte de sluiting van het tasje naast haar. Zou ze het doen? Ze keek nog even om zich heen in het park. Het was rustig en het oudere echtpaar dat in de verte verdween, had haar vast niet opgemerkt. Ze keek naar het grijze rimpelloze water van de vijver voor haar... Nu moest het gebeuren. Ze kon het niet meer uitstellen. De laatste paar maanden had ze er steeds over nagedacht. Het was de enige oplossing. Traag stond ze op van het bankje en liep met enkele passen naar voren. Het ijsblok op haar schouders leek haar nog verder naar beneden te drukken. Even bleef ze staan en liet alle beelden nog even aan zich voorbij gaan. Ze staat weer in de sneeuw en haar voeten zijn ijskoud. Geen sterke handen meer die haar omhoog willen trekken. Het geluid om haar heen leek te vervagen. De groene waas voor haar ogen werd nog troebeler. Nee, haar Valentijn is voorbij. Opeens, vanuit haar ooghoek, ziet ze iets bewegen. Er staat iemand achter haar... ze hoort heel zacht haar naam. Marian...?

lees verder in  deel 2

©Matthijs, 12 februari 2008
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.