woensdag 11 december 2024

Een brute handeling

Zijn trage voetstappen knarsten in de bijna bevroren sneeuw. Hij liep naar de schuur achterin de tuin. Hij moest een brute handeling verrichten. Niemand wist er vanaf, zelfs Fiona, zijn vrouw had hij niets verteld. Het moest in het geheim gebeuren, maandenlang had hij zich erop voorbereid. In het schemer sloop hij naar de schuur. Hij wist dat Bram daar rondscharrelde. Zoals altijd. Bram zou nog maar weinig toekomstperspectief hebben. Hij ging eraan, dat stond vast. Fiona was vandaag niet thuis, dus dit was het geschikte moment. Diederick hield het dunne koord angstvallig verborgen in zijn linker jaszak. Minutieus had hij de hele handeling voorbereid en gerepeteerd. Vastberaden ging hij verder, naar de plek waar het onverwacht moest gebeuren. Bram mocht niets in de gaten hebben. Hij deed de schuurdeur open en sloop zachtjes naar binnen, het koord met de lus paraat. Bram had niets in de gaten. Diederick ging vlak achter hem staan. Opeens, in een fractie van een seconde, trok hij de lus om Bram's hals en wierp het andere einde van het koord om de stevige balk bovenin de schuur. Bliksemsnel trok hij, tot Bram los van de grond bungelde. Diederick bond het eind van het touw vast aan de haak op de linkermuur, keek nog één keer achterom en smeet de schuurdeur snel achter zich dicht.

Het vroor dat het kraakte. De afgelopen dagen was het berenkoud. IJspegels hingen aan de dakgoot van het huis en aan het schuurtje. Er was veel sneeuw gevallen. Het leek bijna of het hele stadje ingesneeuwd was. Deze dagen, vlak voor Kerst, genoten Fiona en hij het meeste van de sfeerverlichting, die binnenshuis aangebracht was. Het verlangen naar gezelligheid, vooral van Kerst tot aan de jaarwisseling, was altijd sterk aanwezig. Net als ieder jaar verheugden ze zich op het traditionele kerstdiner.

'Fiona, ik wil je iets laten zien', zei Diederick de volgende dag op gedempte toon. 'Kom maar mee'. Hij liep, met Fiona in zijn kielzog, naar de schuur. Hij deed de piepende deur open, keek naar binnen en zag... een lege strop. De paniek sloeg toe, waar was Bram? 'Wat is er Diederick', wat wil je me laten zien?', vroeg Fiona. 'Eehhh, ik heb Bram gisteren opgehangen', bekende Diederick met een blos op zijn wangen. Fiona keek verbijsterd. 'Dat meen je toch niet?' Diederick keek in het halfduister en liep naar achteren. Een lichte beweging... Bram leefde nog. Hij had zich los geworsteld uit de strop, het touw zat niet strak genoeg. Bram was met een sprong op de grond terecht gekomen en het konijn zat heerlijk te knabbelen aan een wortel. 'Fiona', zei Diederick, en hij haalde opgelucht adem, 'we gaan morgen een mals kippetje bij de poelier ophalen voor ons kerstdiner. Nu ik Bram vredig zie rondscharrelen, houden we 'm toch nog maar even. We hebben 'm voor niets vetgemest. Ik kon het eigenlijk niet over mijn hart verkrijgen. Toch wel een lief beestje. Die overgang naar de schaal op tafel, moeten we hem nu maar besparen.

-------------------------------------------
Schrijfopdracht, exact 500 woorden
In de tekst zijn de woorden: Ingesneeuwd, Toekomstperspectief, Berenkoud, Jaarwisseling, Sfeerverlichting, Verlangen en Overgang verwerkt.


© Matthijs, 11 december 2024
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.

dinsdag 4 december 2018

Onverwacht bezoek

Terwijl ik nog druk bezig was de laatste spullen in de afwasmachine te stoppen, hoor ik opeens aan de voorkant van het huis een zacht geluid. Ik luisterde nog eens aandachtig en ja hoor: er werd geklopt, op het raam aan de voorkant. Gek, er zit toch een bel naast de voordeur, zou ik zeggen, maar goed. Ik hoorde het toch duidelijk: eerst zachtjes kloppen. Waarschijnlijk iemand die dacht dat we hier doof zijn of het niet gehoord hebben, want kort daarop werd het kloppen nog eens herhaald, nu flink harder. Wie kon dat nu weer zijn?, vroeg ik me vertwijfeld af. Ik keek naar de kinderen en vroeg: Hoorden jullie het ook, dat kloppen?. Ze keken verbaasd omhoog, onderbroken in hun spel. Ze moesten zo naar bed, dus nog even een kwartiertje dollen. Nieuwsgierig als ik altijd ben, liep ik naar de voordeur en deed open. Een al wat oudere man, merkwaardig uitgedost in een lange rode mantel, stond op de drempel. Het leek me een vreemde snoeshaan. Achter hem stond een een donker paard dat aan de lijn werd gehouden door een donkere man. Goedenavond, wat kan ik voor u doen, u bent toch niet verdwaald? vroeg ik vriendelijk. Zonder dat hij zich nader bekend maakte, zei hij: Ik wil graag even binnenkomen. Mijn achterdocht sloeg direct toe. O ja? vroeg ik, 'hebt u een kaartje, een vistitekaartje of iets dergelijks?'. 'Eh, nee, zei hij. Die heb ik eigenlijk niet, want iedereen kent mij. Dat is mijn schimmel en hij keek met een schuin oog naar het paard. 'Spijtig genoeg heb ik niet de eer', antwoordde ik. Mag ik eens vragen naar uw naam? Hoe heet u eigenlijk? Heeft u misschien een legitimatiebewijs bij u en wat komt u binnen bij mij doen? Had ik het goed gehoord? Schimmel zei hij toch? Veel verstand van paarden heb ik niet, maar dergelijke beesten zijn toch altijd wit? Dit paard was zo zwart als de binnenkant van onze oven. Trouwens, het was hier in de Ferdinand van Andellaan erg ongebruikelijk een paard aan te treffen. Tjajaja zei de man en ik verdacht hem ervan dat hij een valse baard had opgeplakt, 'Ik ben Sint Nicolaas en ik kom u een geschenk brengen'. Zo,zo dat klinkt nogal deftig. Sint nog wel. U bent toch geen heilig boontje of zo? Straks gaat u nog vertellen dat u McDonalds heet en zogenaamd gratis supplementaire artikelen bij de Amerikaanse broodjes uitdeelt. Dat is het hem nu juist, zei hij. Iedereen kent mij en ik kom geschenken brengen'. 'Dat is een vriendelijk gebaar van u, maar ik ben 'iedereen' niet en ik ben bang dat ik u niet binnen kan laten'. Angstvallig keek ik naar het maatje van hem, dat schuin achter hem stond, een donker type, uit Senegal, Angola, Tsjaad, Marokko of één van die landen leek het me. Wellicht een bootvluchteling. Die man was ook al zo vreemd uitgedost. Het leek wel middeleeuws. 'Mijn knecht Piet heeft wat bij zich voor u en uw gezin. Helemaal gratis.' Hij wees daarbij op de jute zak, die zijn kameraad met zijn linkerhand angstvallig gesloten hield. Knecht? vroeg ik argwanend, U zult bedoelen 'medewerker' of 'assistent', want knechten kennen we vandaag-de-dag niet meer, beste man. Dat is achterhaald. We leven niet in de slaventijd, maar een paar eeuwen later. Bovendien, neem van mij aan beste kerel, dat niets, maar dan ook niets behalve het zonlicht, gratis is. Overal moet voor betaald worden. U kent de verleidende tv-reaclames toch wel? Gratis telefoons, gratis tanken en noem maar op. Straks krijg ik er een acceptgirokaart achteraan gestuurd natuurlijk. Verder is het zo dat de kinderen zo dadelijk op bed gebracht moeten worden, want het is hoog tijd, dus bedankt voor uw loyale aanbod, maar ik maak daar geen gebruik van (Weer zo'n vertegenwoordiger of colporteur van één of ander product, dacht ik nog) 'Nee, nee u begrijpt mij verkeerd', zei de figuur bij de voordeur. Ik kom juist voor de kinderen. Hebben ze hun schoen gezet en zijn ze lief geweest? Toe maar, hij ging nogal erg in mijn privésituatie zitten wroeten. Beste kerel, luister eens. Over de opvoeding van mijn kids hoeft u zich niet bezorgd te maken. Het zijn schatten van kinderen en wat bazelt u nu over schoenen klaarzetten? Het is een goed gebruik, repliceerde hij, 'dat de kinderen vanaf pakweg twee weken voor mijn komst hun schoen bij de kachel neerzetten. Ze zingen dan een liedje en mijn knecht gooit daar dan iedere nacht wat in. Wel heb je ooit, zei ik en keek hem nog verbaasder aan. 'Ten eerste hebben wij geen kachel, maar centrale verwarming en hun schoenen zetten mijn kidnderen altijd keurig op de mat bij de achterdeur en zingen, nou dat kunnen ze wel laten, want de oudste kan geen hoogte houden en de jongste houdt helemaal niet van zingen. Volgend jaar gaat ze naar blokfluitles, dat lijkt me veel beter. Ik werd nog kwaad ook in mijzelf, want ik was hem geen enkele uitleg verschuldigd. Wat een brutale rakker, waar bemoeit hij zich mee?. Ik keek nog eens goed. Wat een malloten. O, we kunnen ook via de achterdeur komen hoor, vervolgde de man zijn verhaal. Jawel, toe maar, zei ik. Weet u, de achterdeur is beveiligd en pas maar op. Er zit alarm en ook onze hond slaat direct aan bij onraad, dus ik zou het maar uit mijn hoofd laten ons 's nachts met een bezoek te vereren. Toch maakte hij aanstalten om de voordeur wat verder open te duwen. Ho, riep ik tegen 'm. U komt er niet in, anders bel ik meteen de politie en klaag ik u aan wegens huisvredebreuk. Hij weifelde. "Maar ik ben hier toch bij het goede adres. De familie Beukema? Ja dat klopt, zei ik. Hoe weet u dat? (Dat staat natuurlijk op het naamplaatje naast de deur, dacht ik.) Slimme jongens. 'Het staat allemaal in mijn grote boek' gaf hij tenslotte aan een wees naar een oud vod van een soort aktetas die hij stevig vastgeklemd hield. Het volksgebruik is dat mijn knecht wat gaat rondstrooien. 'O ja, meent u dat?' Inderdaad, allerlei lekkers, snoepgoed, suikergoed, marsepein'. Nu sloegen toch echt bijna alle stoppen bij me door. Meneer, zei ik hem nadrukkelijk. U volgt de media waarschijnlijk niet. Bent u niet bekend met het feit dat half Nederland zucht onder de toename van Obesitas- en Boulimia-patiënten? Weet u dan niet dat suikergoed en - hoe verzin je het, marsepein, bol van het vet en de suiker staat en een aanslag pleegt op ieders gezondheid? Hij keek me vragend aan. 'En waar gaat u dat dan rondstrooien? 'In één of andere hoek' merkte zijn maatje op. U gaat hier helemaal niets rondstrooien. Wat moet ik met die bende en mijn vrouw het hele parket reinigen zeker. Die rommel komt na een jaar nog tevoorschijn.Dus, als ik het goed begrijp, kunnen wij hier niet strooien? Mag ik dan wel het cadeau achterlaten? 'k Heb dit jaar ook weer flink wat geld uitgegeven, om iedereen blij te maken. Hij wees op het pakket, dat zijn assistent net uit de jute zak haalde. Nou vooruit dan maar. Ik zit toch nergens aan vast hè en helemaal gratis zei U? 'Dat doe ik altijd met mijn verjaardag, zei hij. Morgen is het zover en dan deel ik uit goedheid allerlei nuttige geschenken uit. Zijn uw buren ook thuis?' 'O ja, riep ik hem nog na: 'Als u wilt strooien, graag buiten. Kom dan begin januari terug, met zout, want met de vorst wordt het soms spekglad'. Gut, wat een een gulle vent, dacht ik nog, terwijl ik de deur dichtdeed en met het pak naar binnen liep. Waar zou ie dat van doen? Economische recessie zeiden ze toch laatst? Sporen deed hij in ieder geval niet. Moderne mensen maken gebruik van een database in de computer en niet van een oud omgekruld opschrijfboek. Ik kreeg opeens medelijden met de buren. Daar ging hij nu naartoe. Ik keek nog eens naar buiten. Het was guur, het waaide en ik zag het bleke maanschijnsel door de kale takken doorsijpelen.

Herman Beukema.

N.a.v. het Sinterklaasliedje:
Daar wordt aan de deur geklopt,
hard geklopt, zacht geklopt.
Daar wordt aan de deur geklopt.

Wie zou dat zijn?

Wees maar gerust mijn kind.
Ik ben een goede vrind.
Want al ben ik zwart als roet,

'k Meen het toch goed.


© Matthijs, 4 december 2018 Sinterklaasverhaal (scherts)

Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.

dinsdag 23 april 2013

Het koningslied, wel en wee

Na alle andere bloggers, schrijvers, twitteraars en journalisten, doe ik ook nog maar een duit in het zakje over het #koningslied. Zoveel commotie om een liedtekst had ik nog niet eerder meegemaakt. Tezamen met een groot aantal andere artiesten is er voor de inauguratie van koning Willem Alexander een lied gecomponeerd: een koningslied.
Een song dus die wij massaal dienen mee te zingen ter ere van de koning. Nu hebben taaldeskundigen en docenten Nederlands al forse kritiek geleverd op de tekst. Taalkundig rammelt het aan alle kanten, het is gewoon bagger, een grammaticaal wanproduct. Bovendien meent men de koning met theatrale zinsneden zoals': Ik zal er altijd voor je zijn / ik zal vechten als een leeuw' nogal wat te beloven. Of dat waargemaakt kan worden is nog maar de vraag. Ook was niet iedereen gecharmeerd van de melodie. Sommigen spreken van plagiaat (10.000 reasons van Matt Redman), maar dat kan niet hard gemaakt worden. Het lied is een mengeling van rap, samenzang en emo-melodieën. Onlangs trok John Ewbank -onder de massale druk van de sociale media- zijn gecomponeerde lied (het koningslied) terug. Ik vraag mij af of zoiets eigenlijk wel kan. Kun je een lied terugtrekken? Het bestaat toch en is immers al gepresenteerd en op internet geplaatst? Bovendien lijkt het mij een zwaktebod, een wanhoopspoging teneinde de publieke opinie terug te meppen.
Hoe dan ook, het samenraapsel van een 40-tal artiesten, gelardeerd met bijdragen 'uit het volk' zal geen schoonheidsprijs ontvangen. Dat ben ik met de taalkundigen eens. Een teruggetrokken lied, dat eigenlijk ook weer wel resisteert. Vreemd. Nu zijn we wel democratisch met elkaar, maar de vraag is of dat het gewenste resultaat beoogt. Zoals ik ergens las: 'Als heel Nederland in 1898 onderdelen had mogen insturen voor de Gouden Koets, was het gedrocht ook al vóór z’n eerste rit door de assen gezakt van ellende.' Dat is maar al te waar. Maar kunnen we dan wel iets van 'goddelijke pretenties' waarmaken? ‘Ik zal waken als jij slaapt / ik behoed je voor de storm etc.’. Toe maar.
Helaas bevinden we ons in een samenleving die de Koning der koningen niet meer kent en iedereen roept maar wat. Wij - van oorsprong christelijke natie, we houwen elkaar om naar aanleiding van een nationaal bedoeld liedje. We zijn het niet eens met de melodie (te sloom, te traag)en we worden opgeroepen om met de Utrechtse Jacobikerk als decor een alternatief koningslied mee te blèren: 'Je bent een koning', een op YouTube geplaatste grap van twee Utrechtse studenten, die het liedje onder genot van een glas bier in elkaar frutselden. Het moet echter wel gezegd worden: het klinkt in ieder geval wel iets vrolijker dan de versie van Ewbank.
De koning is democratisch genoeg om dit - en alle andere initiatieven - alle ruimte te (laten) bieden.
Echter, van saamhorigheidsgevoel is weinig te merken. We zijn individualistisch ingesteld, dus voor mijn part vervaardigt iedereen zijn eigen lied. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.
Bovendien: in 1898 bestond er kennelijk meer saamhorigheidsgevoel. Nu hebben we internet en allerlei sociale media waardoor iedereen makkelijk is te mobiliseren. Door toedoen van internet en de verbreiding van sociale media, wordt alle commotie rond het #koningslied gepositioneerd tot een polderriek gebeuren. Zelfs de Times en The Australian hebben hun commentaren al gepubliceerd. Mijn idee? Laten we gewoon met z'n allen met beide benen op de oer-Hollandse bodem blijven staan en dus het aloude Wilhelmus zingen. Dat leerde ik van jongs af aan (couplet 1 en 6 althans). Als we niet oppassen is het Wilhelmus straks ook verdwenen, net als de bede aan het eind van de Troonrede. Nu maar hopen dat op 30 april het zonnetje lekker schijnt, dan kunnen we alle commotie weer achter ons laten. Als de zon niet tevoorschijn komt, kunnen we gewoon nog overschakelen naar: 'Van je ras, ras, ras rijdt de koning door de plas.' Dat is grammaticaal wel in orde.

Zie ook:
www.youtube.com/watch?v=S46pT8uEafg
http://www.nd.nl/artikelen/2013/april/23/zingen-zoals-t-gestampt-is

© Matthijs, 23 april 2013