vrijdag 7 december 2012

Onbewaakt ogenblik

In een onbewaakt ogenblik keek ik even naar buiten: we zijn nog net niet ingesneeuwd. Toch is het wel prettig dat er weer wat verse sneeuw gevallen is. Dan kan onze houtkachel weer worden opgestookt en als het vuur heerlijk brandt en warmte geeft, wat is dan heerlijker om je neer te vleien op de canapé met een goed boek? De bekende uitgeverij Querido doet een postume roman van Bernlef het licht zien, met de nieuwsgierigmakende titel: 'Onbewaakt ogenblik'. Niemand kan uiteraard nagaan of Bernlef het met deze titel eens zou zijn geweest, of hij moet dit vooraf hebben genoteerd met de toevoeging: 'Als ik er niet meer ben, geef deze roman dan in een onbewaakt ogenblik uit.' Bernlef (Bernlef, pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman, 1937–2012), één van Nederlands' meest gerenommeerde schrijvers, is onlangs overleden en iedereen dacht: 'Nu moeten we het stellen zonder nieuwe boeken van Bernlef.' Maar ziedaar: vlak na de Sinterklaasavond worden wij opeens verrast met een nieuwe roman. Nee, geen boek met de titel: 'Sneeuw', want daar had men ook voor kunnen kiezen. De uitgeverij had het natuurlijk - als de marketingtools op volle toeren ingezet waren - ook iets eerder kunnen laten verschijnen, dan had dit boek wellicht in menig sinterklaaspakket meegenomen kunnen worden. Toch is de strategie van de uitgeverij kennelijk in een onbewaakt ogenblik aangepast. Geen kritiek hoor, maar het is fenomenaal. Bernlef zou het daar wel mee eens geweest zijn, want zijn boek in een jutezak of rommelmand, dat past niet. Ik troost mij maar met de gedachte dat men wellicht op de sneeuw heeft gewacht om met de aankondiging tevoorschijn te komen. Vannacht is namelijk de eerste volle laag vette sneeuw gevallen, die heel Nederland in een wit wollen tapijt heeft omgetoverd. Met Bernlef de sneeuw in, in een onbewaakt ogenblik. Hij zou er vast geen commentaar op hebben. Toch geef ik maar de voorkeur aan een gezellig jazzmuziekje bij de open haard, dat zou Bernlef ook welgevallig geweest zijn. Op Facebook, het bekende sociale netwerk, meldde de uitgeverij: 'Maak, voordat we allemaal ingesneeuwd raken, kans op één van drie exemplaren van Bernlefs 'Onbewaakt ogenblik', die we verloten onder de lezers die dit bericht leuk vinden en delen. Drie exemplaren maar liefst. Ik trof nog ruim driehonderd mede-liefhebbers aan, die natuurlijk allemaal dit gratis boek willen ontvangen. Rekenen, laat staan kansberekeningen maken, is nooit mijn sterkste kant geweest, maar een kans van 3:300 is altijd nog een kans van één op honderd. Nee, nog net geen speld in een hooiberg, maar toch meer kans om dat boek te winnen dan de hoofdprijs in de Staatsloterij. En, mocht ik dat romannetje van Bernlef winnen, dan rest mij een heerlijk avondje. Het heerlijk avondje gaat dus nog komen. In ieder geval steek ik de kachel vast aan en geniet alvast van de gedachte, dat ik dit boek straks ook wel in de boekhandel kan aanschaffen.

© Matthijs, 7 december 2012
Naschrift: Helaas heb ik geen boek van Bernlef gewonnen


woensdag 18 januari 2012

De kapitein

Een blog schrijven was nog nooit zo makkelijk. De voorbeelden spreken tot de verbeelding. Aanleiding is de recente ramp met de Costa Concordia. In diverse media is de integrale tekst van de conversatie tussen de kustwacht en de kapitein gepubliceerd. Daaruit blijkt onmiskenbaar dat de hoogste baas van het schip er met de staart tussen zijn benen vandoor gaat. Een medaille voor heldenmoed moet hij vast en zeker ontberen, als je de gang van zaken serieus neemt. Het kan ook anders. Diverse scheepsrampen dienen daarbij tot voorbeeld van ons allen.
Wie herinnert zich nog het zinken van de Flying Enterprise,
heel lang geleden? De kapitein (Kurt Carlsen) die als allerlaatste
van boord ging? Ik was nog een peuter en was mij niet bewust van de
verschrikkelijke ramp. Wij hadden nog geen TV thuis, maar - zo heb ik
later gehoord - velen zaten aan de radio geklonken. Wat langer
geleden, maar voor velen nog herkenbaarder is de ondergang van de
Titanic. Dit en nog meer voorbeelden kunnen gelegd worden naast de
hedendaagse gebeurtenissen.

Als je Catch-22 van Joseph Heller hebt gelezen, met de sarcastische
humor, cynische kijk op de karakters, zoals bijvoorbeeld Major Major,
die per ongeluk wordt gepromoveerd omdat hij Major heet, dan krijg je de neiging om bizarre vergelijkingen te gaan trekken.

De Italianen zullen ongetwijfeld niet zo blij zijn met de gang van zaken. Het imago van Italië had toch al flinke deuken opgelopen door de schertsvertoningen en capriolen van Silvio Berlusconi, die door de buitenlandse collegae (o.a. Merkel en Sarcosy) werd uitgelachen en genegeerd.
Nu hebben ze te maken met een kapitein, Schettino, die het zinkende schip verlaat. Een onverantwoordelijke brokkenpiloot die ernstige inschattingsfouten heeft gemaakt. Een kapitein is nu eenmaal de gezagvoerder, iemand die tot het laatste moment overzicht dient te houden.
De kapitein is de laatste die het schip dient te verlaten. [i]'Ga aan boord, eikel' (Vada a bordo, cazzo), commandeerde Georgio De Falco van de Livornese kustwacht de vluchtende kapitein.
Hoe anders was het met de beroemde kapitein Edward John Smith van De Titanic. Hij bleef tot het laatste moment en wenste liever met zijn prachtige schip in de golven te verdwijnen. De beelden van de verfilming staan nog helder op het netvlies.
De Costa Concordia raakt ook ernstig in de problemen op 13 januari 2012, als het schip op de rotsen loopt, vlak voor de Toscaanse kust. Je hoeft dan wel niet op volle zee te zitten zoals de Flying Enterprise en de Titanic, maar de gevolgen zijn net zo rampzalig.

Ter illustratie dan toch maar een stukje geschiedenis:

De Flying Enterprise raakt in problemen
Het is Kerstmis 1951. In een zware storm, volgens het Polygoonjournaal de hevigste in 25 jaar, raakt een Amerikaans vrachtschip op de Atlantische Oceaan in grote problemen. De ‘Flying Enterprise’ is vanuit Hamburg op weg naar New York, als er op Tweede Kerstdag een harde knal aan dek klinkt. Er blijkt een enorme scheur in de romp van het schip te zijn geslagen. De Deense kapitein Kurt Carlsen probeert het gat te dichten, maar zonder succes. Door het aanhoudende geweld van de golven wordt de scheur steeds groter en het duurt niet lang voor de Flying Enterprise water begint te maken. Het schip helt over naar één kant, waardoor de lading gevaarlijk begint te schuiven. Op 28 december kan Carlsen niet anders dan een SOS uitzenden.
De Southland, een Amerikaans vrachtschip dat toevallig in de buurt is, keert direct om en bereikt nog dezelfde avond de Flying Enterprise. In de loop van de dag komen daar nog vier schepen bij, die het noodsignaal hebben opgevangen en klaar liggen om mensen op te vangen. Omdat de storm onverminderd door woedt, is het onmogelijk de tien passagiers en alle veertig bemanningsleden veilig in een reddingsloep te laten afdalen. Op bevel van Carlsen springen passagiers en bemanningsleden, per tweetal, hand in hand de ijskoude zee in. Eén passagier raakt zo onderkoeld, dat hij eenmaal aan boord van het reddingsschip blijkt te zijn overleden. Alle anderen worden gered.

Tot dan toe is de Flying Enterprise niet meer dan een voetnoot bij de scheepsberichten. Er zijn in die decemberstorm zoveel schepen in nood, dat één gekanteld schip en een onbekende dode nauwelijks opvallen. De Flying Enterprise wordt pas nieuws, als de kapitein besluit in zijn eentje achter te blijven en twee weken lang weigert het zwaar gehavende schip te verlaten. Begin januari 1952, als het nieuws overal is doorgedrongen, breekt de mediagekte los. Een zeeheld is geboren, maar ook een mysterie. Wat beweegt kapitein Carlsen ertoe zijn leven te wagen voor een onbemand vrachtschip?

Hoe het verder gaat met de kapitein van de Costa Concordia?
We houden gewoon de verslaggeving in de media in de gaten...

@Matthijs, 19 januari 2012

zaterdag 30 mei 2009

Mijn laatste sprong

Aarzelend blijf ik even om mij heenkijken, voordat een grote sprong mij in een geheel andere positie zal brengen. Om mij heen zie ik een merkwaardig geschakeerd landschap, opgedeeld in gelijkmatige stukken. Als ik omhoog kijk, zie ik zijn fronsende wenkbrouwen en trillende vingers. Hij is al op leeftijd en tegenover hem zit een jongere uitgave van hem. Vast zijn kleinzoon. Die zie ik hier voor het eerst. Hij kijkt de oudere man net als ik verwachtingsvol aan. Jarenlang speelde hij een spel met mij. Vaak koos hij mij als eerste in een voor mij merkwaardige strategie. Ik ken mijn positie en opdracht: Tactisch handelen en volhouden tot het laatst. Mijn maatje even verderop, eveneens een vurig ros, blijft onbeweeglijk op zijn plaats. De kleine jongen beweegt met zijn hand. Naast hem hoor ik iemand zachtjes fluisteren: 'Kijk uit, kijk uit, denk na bij wat je doet.' Ik geloof wel dat hij er goed over nadenkt. Vaak arriveeerde ik samen met de schone donkere jonkvrouw aan de overkant, om de vorst van de tegenstander in het nauw te drijven. De schone dame wil ik graag beschermen. Zi is het waard. Gewone soldaten werden veelal eerst opgeofferd om een sterkere positie voor haar af te dwingen. Een enkele keer werd ik onverwacht verdreven. Vandaag niet. Vandaag ben ik uitgekozen om te strijden. Nu pakt hij mij ruw bij mijn hoofd en schuift mij de linkerkant op, met een mooie paardesprong. Een moment denk ik: waarom langs deze kant? Maar de blik op het kasteel aan het uiteinde van het veld doet me beseffen dat het een goede keus is. De jongen pakt wreed de schimmel bij de halster en poogt hem tegen mij te laten steigeren. Die kans krijgt hij niet, want een koerier, een hardloper, komt vlak voor mij staan en belemmert zijn volgende actie. Bedaard neemt de oude man de schone jonkvrouw bij de hand en zet haar op een prominente positie. Het is niet veel later als ik de jongen hoor zuchten: 'oei, wat nu? Een gelijke ruil? Nee, even wachten...' Hij heeft de kans om de oude man met één zet in een hoek te drijven. Dat doet hij echter niet. Met opzet? Ik denk het wel, want de jongen lijkt mij slim. Vlak voor me valt een plas rode vloeistof op het veld. De oude baas zit te morsen, hij merkt niet dat een beetje wijn het strijdveld kleurt.
Dan wordt er opeens een ruwe sprong naar rechts met mij gemaakt en hoor ik hem mompelen: 'Mat, ja schaakmat geloof ik... zie je wel, ik kan het nog.'
Dat was mijn laatste sprong.


437 woorden
-----------------------------------------------

Schrijfuitdaging
Schrijf een verhaal van maximaal 500 woorden vanuit het perspectief van één van de onderstaande 'personages':

Een kakkerlak met smetvrees
Een schaakstuk
Een glasbak
Een kapotte harde schijf
Een koningin
Een potloodventer
Een vermist knuffelbeest
Een persoon op het schilderij 'de Nachtwacht' van Rembrandt van Rijn
Prof. dr. Dorlacher

© Matthijs, 30 mei 2009
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.