maandag 23 juni 2008

Fietsbanden en Haute Couture

Fietsbanden en Haute Couture gaan goed samen: een stabiel huwelijk.

Soms hoor je van die dingen, die je nooit eerder hebt gehoord. Zo ook vandaag: een eiken huwelijk. Van zilveren (25), gouden (50) en diamanten (60) echtparen had ik natuurlijk wel gehoord, maar eiken, nee. Eiken zijn stevig en waaien niet zomaar om, was mijn eerste gedachte. Eikenhout is ook hard en degelijk. Voor het eerst in Nederland wordt dus een eiken huwelijk gevierd. Het is vandaag precies tachtig jaar geleden dat Pieter Ably en Henriëtte Tritsch trouwden. Ze zijn nu 103 en 102 jaar en wonen in een verzorgingshuis in Amstelveen. Burgemeester Jan van Zanen kwam langs om ze te feliciteren en overhandigde een mooie bos bloemen namens de koningin. Dat kon best nog wel van het Oranje-budget - dat sterk in de belangstelling is de laatste tijd - af. Dat vind ik nou nuttig besteed geld, een felicitatie voor een gouden stel, nee sorry een eiken bruidspaar. Daar betaal ik graag mijn belasting-bijdrage voor. Dan weet ik meteen dat er een deel toch nog goed terecht komt. Dus is de felicitatiebos ook een beetje van mij... Bij het huwelijksfeestje waren onder meer hun 76-jarige dochter en hun vijf achterkleinkinderen aanwezig en op het NOS-journaal vanavond kon je nog even zien hoe ze elkaar zoenden. Lovely!



"Mijn ouders hebben altijd een heel gelukkig huwelijk gehad", zegt dochter Henriette Ably. "Ze zijn ontzettend aan elkaar gehecht, kunnen eigenlijk niet zonder elkaar. Zodra de één uit het gezichtsveld is, raakt de ander van streek." Dat geloof ik ook best. Als je van elkaar houdt en veel tijd met elkaar doorbrengt, ga je ook steeds meer in elkaar op. De liefde van Henriettes ouders begon in 1928 in Parijs, vertelt de 76-jarige dochter, die ik er op het journaalbeeld nog best pedant uit vond zien. Haar vader, de uit Leeuwarden afkomstige fietsbandenhandelaar Pieter Ably, ontmoette daar de 22-jarige Henriëtte Tritsch, medewerkster van een 'haute couture' modehuis. Fietsbanden en Haute Couture gaan dus goed samen, dat blijkt maar weer. Op 23 juni van dat jaar (1928) stapten ze in Livry-Gargan, even buiten Parijs, in het huwelijksbootje. Prachtig, midden in de Charleston-tijd. Ik vroeg me nog even af: zou hij haar een fietsband verkocht hebben of geholpen hebben met banden plakken? Ze heeft vast en zeker bij hem achter op de bagagedrager gezeten... Tot hun honderdste verjaardag woonden de Ably's in Amstelveen op zichzelf, tot ze wegens fysieke ongemakken toch naar een bejaardenhuis vertrokken. Daar zitten ze nu beiden in een rolstoel (daar gaan ook fietsbanden omheen) en gaat het zien en horen steeds lastiger. "En ze zijn erg vergeetachtig", zegt Henriëtte. Tja, dat mag ook best, als je de 100 bent gepasseerd. Maar het allermooiste, dus ook de reden voor dit blog, is dat ze nog steeds verliefd op elkaar zijn.



In een tijd waarin het ene stel na het andere uit elkaar gaat, is dat een mooi bericht. Zelf ben ik natuurlijk ook blij dat ik mijn zilveren bruiloft kon vieren, maar het duurt dus nog even tot het eiken feest. Dat is in het jaar 2055. Bij deze is iedereen dus alvast uitgenodigd. Hoogstwaarschijnlijk zal ik die datum niet halen. Wellicht had ik toch in de fietsbandenhandel moeten gaan....

Foto: ©2008 copyright NOS
--------------------------------------------
Toegevoegde informatie:
Het grappige is wel dat deze eiken bruiloft van vandaag inmiddels al in Wikipedia vermeld staat. Dat is snel... Volgens het CBS zijn er steeds meer oudere echtparen in Nederland. Vorig jaar waren en ruim honderd paren 70 jaar getrouwd (platina huwelijk) en ruim zevenduizend 60 jaar (diamanten huwelijk). Tien jaar geleden waren er slechts ruim drieduizend diamanten huwelijken. Wereldwijd geldt een echtpaar uit Taiwan als recordhouder. Liu Yang-wan en Liu Yung-yang waren 86 jaar getrouwd.
Tot slot, voor de liefhebbers: Naarmate u langer met elkaar getrouwd bent, wordt de benaming van de bruiloft een steeds minder vergankelijke! Iedere keer is natuurlijk weer een feest, maar 12,5, 25- en 50-jarige bruiloft zijn toch de bekendste en meest bijzondere jublieumjaren. In mijn optiek vallen de laatste twee (albasten en eiken), toch wel een beetje uit de toon. Maar 'What's in a name?

Welke bruiloft viert u na hoeveel jaar huwelijk?
1 jaar de papieren bruiloft
2 jaar de katoenen bruiloft
3 jaar de leren bruiloft
4 jaar de vruchten bruiloft
5 jaar de houten bruiloft
6 jaar de ijzeren bruiloft
6 1/4 jaar de blikken bruiloft
7 jaar de donzen bruiloft
8 jaar de bronzen bruiloft
9 jaar de aardewerken bruiloft
10 jaar de tinnen bruiloft
11 jaar de stalen bruiloft
12 jaar de zijden bruiloft
12,5 jaar de koperen bruiloft
13 jaar de kanten bruiloft
14 jaar de ivoren bruiloft
15 jaar de kristallen bruiloft
20 jaar de porseleinen bruiloft
25 jaar de zilveren bruiloft
30 jaar de paarlemoeren bruiloft
35 jaar de koralen bruiloft
40 jaar de robijnen bruiloft
45 jaar de saffieren bruiloft
50 jaar de gouden bruiloft
60 jaar de diamanten bruiloft
70 jaar de platina- of briljanten bruiloft
75 jaar de albasten bruiloft
80 jaar de eiken bruiloft

©Matthijs, 23 juni 2008
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.
Meer blogs lezen? Word lid van mijn bloghyve op hyves:
http://blogsvanmatthijs.hyves.nl/

maandag 2 juni 2008

Avontuur tussen de rietkragen

'Hé, schuif eens een stukkie op, meid'. Ik gaf een stevige por, naast mij op de zitplank. Mijn zuster zat natuurlijk weer breed uitgemeten. Ze leek geheel voldaan en eiste nagenoeg alle ruimte op. We zaten op ultieme wijze te genieten van ons boottochtje in een smalle, grauwgrijze roeiboot. Het was heerlijk zonnig weer en we voeren met rustige snelheid door de wateren. Geweldig vonden we het, om in de buurt van het verkoelende water te vertoeven. Als het even meezat, namen we op een rustige plek vanmiddag nog een duik. Deze wijde waterplas was bekend gebied voor ons, want hier waren we als het ware samen opgegroeid. Terwijl de statige rietpluimen aan ons oog voorbijtrokken, genoten we optimaal van de buitengewoon, welhaast perfecte weersomstandigheden. Het water was kalmer dan we eigenlijk wensten. Wij zijn meer types om de woelige baren te verkennen. De hoge golfslag van de zee, het kustwater en de bruisende branding, ja, dat was waar we eigenlijk naar verlangden. Nu zaten we in een houten roeiboot, die met statige tred zijn weg koos tussen de smalle sloten en vaarten, dat het gebied rijk was. We zijn broer en zus, dus ik hoef meestal niet zo heel veel te zeggen tegen mijn zuster. Ze voelt het feilloos aan, als ik haar iets wil suggereren. Een soort aangeboren instinct, dat heeft ze zeker. Een enkele blik is voldoende om mij te begrijpen. Mijn lieve zus geneert zich ook niet. Welnee. Helemaal in haar blootje zat ze als jonge adult te genieten van onze vaartocht. Er waren niet veel toeschouwers in ons vaargebied, dus ze kon het ook simpelweg doen. Aan niets en niemand stoorde ze zich. Ik voelde me eveneens heerlijk ontspannen. Alleen moest ze oppassen voor het stuk water langs de Praamweg, in de buurt van Lelystad. Daar stonden ze wel eens op de loer: de fotografen met enorme telelenzen, om te proberen haar aanlokkelijke gestalte op de gevoelige plaat vast te leggen. 'Hou de wal aan de overkant in de gaten, je weet nooit', waarschuwde ik haar zachtjes. 'De vliegende deur', werd ze wel eens gekscherend genoemd, omdat ze doorgaans zo rusteloos is. Het komt vast en zeker door het mooie weer, dat ze vanmiddag zo sloom is. Ze is nog niet zo oud en ziet er perfect uit voor haar leeftijd, dus kan ze prima met haar welgevormde lijf voor de dag komen. Een levensgenietster is het, met een passie voor puur. Een heerlijk visgerecht slaat ze nooit af, dat is niet te versmaden, vindt ze. Als ik haar zo aankijk, terwijl we in rustige vaart verder gaan, ben ik trots op haar. Let overigens wel op, want als je te dicht in haar buurt komt, kan ze erg fel uitvallen. Een uitgelezen karakter, ze laat niet met zich sollen, daarom heeft ze het niet zo op vreemde snoeshanen. Gelukkig hoefden we vandaag zelf niet te roeien. Voor ons zat een vriend, die ons in de grijze, aftandse roeiboot meenam. Jammer genoeg had ie niet verteld waar we heenvoeren, maar de blik in zijn ogen gaf ons een onheilspellend gevoel. We konden het ook niet vragen, want dat zou betekeken dat er een deuk kwam in het vertrouwen. Na een tijdje kwamen we in een smalle sloot terecht. Ik voelde vaart minderen. Onze vriend Sjoerd ging steeds langzamer roeien en uiteindelijk bleef de boot rustig uitdrijven. Even verder stapte hij aan land. Iemand, die we nog niet kenden, kennelijk zijn vriend of collega, stond op de walkant te wachten. 'Zijn ze daar, Sjoerd?, hoorde ik hem tegen zijn maatje zeggen. Ja, Gert, allebei, antwoorde hij. Het wordt tijd hè? Zijn vriend, Sjoerd, sprong achter ons in de boot en wij vroegen ons af wat er ging gebeuren. Opeens werden we enigszins ruw beetgepakt en op de walkant gesleurd. Gert pakte ons stevig beet en ik probeerde van me af te slaan. Ik ondernam nog een poging om me los te wrikken, maar helaas. Zonder enig resultaat. Hij was me te snel af. Ik werd vastgedrukt op de grond en kon geen kant meer op. Nog net kon ik opzij kijken naar mijn zuster, die hetzelfde lot onderging. Ze lag uitgestrekt op de grond. Ik hoorde haar krijsen. Ze kon nog net een metaalachtig geluid uit haar keel krijgen: krikrikri. Sjoerd stond over haar heen gebogen. Ze stribbelde tegen en spartelde wild, toen ze opeens bij haar enkels werd gepakt ...



-------------------------------------------------
Naar aanleiding van: een enorm grappige foto die ik op 27 mei jl. tegenkwam:
Jonge zeearenden zijn mannetje en vrouwtje. Ze werden geringd met H60 en H61
Lees het oorspronkelijke artikel: Nieuws Staatsbosbeheer (artikel inmiddels verwijderd op de site van Staatsbosbeheer, maar dit is nog wel te vinden: Zeearenden uitgevlogen)











© Copyright foto: 2008, Staatsbosbeheer.
Meer info over zeearenden: Haliaeetus albicilla


©Matthijs, 2 juni 2008
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.

dinsdag 29 april 2008

Wilhelmus van Nassouwe

Vanmorgen las ik in de krant dat het lied 'Wij houden van oranje' van André Hazes meer een 'oranjegevoel' oproept dan het Wilhelmus. Even verder was te lezen dat 60% van de Nederlanders toch wel minstens 1 couplet van het Wilhelmus kent. Opeens dacht ik: wie kent nu alle coupletten eigenlijk uit het hoofd?. Laat ik maar eerlijk zijn: Nou, ik niet. En wat is nou eigenlijk 'oranjegevoel'? Trots op de Koningin?, Dankbaar voor ons koningshuis? Blij met de traditie? Het Wilhelmus is ons officiële volkslied (zelfs met een officiële harmonisatie van dr. C.L. Walther Boer). Als je denkt dat het altijd ons nationale volkslied geweest is, vergis je je toch. Pas sinds mei 1932 (nou ja, ook wel een poosje geleden natuurlijk) is het ons volkslied. Daarbij moet je wel bedenken dat het Wilhelmus niet als volkslied voor het Nederlandse volk geschreven is. We mogen best gelukkig zijn dat het Wilhelmus ons volkslied geworden is, want wat een (nationaal) volkslied behoort uit te drukken, namelijk: 'het saamhorigheidsbesef van een volk', in de zin van burgers van één staat, komt in ons volkslied sterk naar voren. Het lied is trouwens ontstaan op een voor ons volk belangrijk moment in de geschiedenis. In dat opzicht is een vergelijking op zijn plaats met volksliederen als La Brabanconne (België) en de Marseillaise (Frankrijk). Aangetoond is dat een Frans soldatenlied de melodie voor Het Wilhelmus leverde. De oudste notatie van de melodie komt voor in 'Deuchdelyche solutien', uitgegeven in Antwerpen in 1574. Maar als religieus-politiek lied, met daarin Oranje's leiderschap als historische 'roots', onze Nederlandse 'roots', denk ik dat het Wilhelmus met kop en schouders boven de anderen uitsteekt. Da's nog eens wat anders dan de PVV of een tijdelijke beweging 'Trots op Nederland'.

Omdat het morgen Koninginnedag is, en het Wilhelmus weer overal zal klinken, heb ik toch maar eens alle coupletten verzameld (de oude en de nieuwe versie). Meestal blijft het zingen van ons volkslied beperkt tot het 1e en 6e (Mijn schild ende betrouwen) couplet. De beginletters van de coupletten bevatten de naam: Willem van Nazzov. Makkelijk te onthouden en dus ook wel uit het hoofd te leren. Als je goed leest, heeft het Wilhelmus ook nog Spaanse, Friese, Bijbelse en Joodse invloeden. En die arme graaf Adolf heeft destijds 'het loodje gelegd'.... Bovendien heb ik weer wat historische feiten boven tafel gekregen en een mooi woord weer herontdekt: obediëren (laatste couplet). Bijna vergeten...

Daar komt ie dan, het Nederlandse Volkslied:

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen bloet,
Den Vaderlant getrouwe
Blyf ick tot in den doot:
Een Prince van Oraengien
Ben ick vrij onverveert,
Den Coninck van Hispaengien
Heb ick altijt gheeert.


Wilhelmus van Nassouwe ben ik,
van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

In Godes vrees te leven
Heb ick altyt betracht,
Daerom ben ick verdreven
Om Landt om Luyd ghebracht:
Maer God sal mij regeren
Als een goet Instrument,
Dat ick zal wederkeeren
In mijnen Regiment.

In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.

Lydt u myn Ondersaten
Die oprecht zyn van aert,

Godt sal u niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begheert te leven
Bidt Godt nacht ende dach,
Dat hy my cracht wil gheven
Dat ick u helpen mach.

Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.

Lyf en goet al te samen
Heb ick u niet verschoont,
Mijn broeders hooch van Namen
Hebbent u oock vertoont:
Graef Adolff is ghebleven
In Vriesland in den slaech,
Syn Siel int ewich Leven
Verwacht den Jongsten dach.

Lijf en goed al te samen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders hoog van namen
hebben 't u ook vertoond:
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in 't eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.

Edel en Hooch gheboren
Van Keyserlicken Stam:
Een Vorst des Rijcks vercoren
Als een vroom Christen man,
Voor Godes Woort ghepreesen
Heb ick vrij onversaecht,
Als een Helt sonder vreesen
Mijn edel bloet ghewaecht.

Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vreden
mijn edel bloed gewaagd.

Mijn Schilt ende betrouwen
Sijt ghy, o Godt mijn Heer,
Op u soo wil ick bouwen
Verlaet mij nimmermeer:
Dat ick doch vroom mach blijven
V dienaer taller stondt,
Die Tyranny verdrijven,
Die my mijn hert doorwondt.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Van al die my beswaren,
End mijn Vervolghers zijn,
Mijn Godt wilt doch bewaren
Den trouwen dienaer dijn:
Dat sy my niet verrasschen
In haren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.

Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar dijn,
dat zij mij niet verassen
in hunnen bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.

Als David moeste vluchten
Voor Saul den Tyran:
Soo heb ick moeten suchten
Met menich Edelman:
Maer Godt heeft hem verheven
Verlost uit alder noot,
Een Coninckrijk ghegheven
In Israel seer groot.

Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.

Na tsuer sal ick ontfanghen
Van Godt mijn Heer dat soet,
Daer na so doet verlanghen
Mijn Vorstelick ghemoet:
Dat is dat ick mach sterven
Met eeren in dat Velt,
Een eewich Rijck verwerven
Als een ghetrouwe Helt.

Na 't zuur zal ik ontvangen
van God mijn Heer dat zoet,
daarna zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
dat is, dat ik mag sterven
met eren in dat veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.

Niet doet my meer erbarmen
In mijnen wederspoet,
Dan dat men siet verarmen
Des Conincks Landen goet,
Dat v de Spaengiaerts crencken
O Edel Neerlandt soet,
Als ick daer aen ghedencke
Mijn Edel hert dat bloet.

Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.

Als een Prins op gheseten
Met mijner Heyres cracht,
Van den Tyran vermeten
Heb ick den Slach verwacht,
Die by Maestricht begraven
Bevreesde mijn ghewelt,
Mijn ruyters sach men draven.
Seer moedich door dat Velt.

Als een prins opgezeten
met mijner heires-kracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig door dat veld.

Soo het den wille des Heeren
Op die tyt had gheweest,
Had ick gheern willen keeren
Van v dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hier boven
Die alle dinck regeert.
Diemen altijd moet loven
En heeftet niet begheert.

Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.

Seer Prinslick was ghedreven
Mijn Princelick ghemoet,
Stantvastich is ghebleven
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mijnes herten gront,
Dat hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen bekant.

Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.

Oorlof mijn arme Schapen
Die zijt in grooten noot,
V Herder sal niet slapen
Al zijt ghy nu verstroyt:
Tot Godt wilt v begheven,
Syn heylsaem Woort neemt aen,
Als vrome Christen leven,
Tsal hier haest zijn ghedaen.

Oorlof, mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,-
't zal hier haast zijn gedaan.

Voor Godt wil ick belijden
End zijner grooter Macht,
Dat ick tot gheenen tijden
Den Coninck heb veracht:
Dan dat ick Godt den Heere
Der hoochster Maiesteyt,
Heb moeten obedieren,
In der gherechticheyt.

Voor God wil ik belijden
en zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.


O ja: ik steek wel de vlag uit hoor op Koninginnedag.

©Matthijs, 29 april 2008
Ik vind het fijn als je een reactie achterlaat.
Meer blogs lezen? Word lid van mijn bloghyve op hyves:
http://blogsvanmatthijs.hyves.nl/